Vanaf 1 januari 2027 veranderen de btw-regels voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Hierdoor dreigen bepaalde diensten voor steden en gemeenten duurder te worden, met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor de gemeentelijke begroting. Ook Buggenhout kan hierdoor met bijkomende uitgaven worden geconfronteerd. Gemeenteraadslid Nancy Janssenswillen (Vlaams Belang) vraagt daarom aandacht voor de financiële gevolgen van deze hervorming. "Gemeenten moeten weten welke bijkomende kosten op hen afkomen, voordat ze voor voldongen feiten worden geplaatst."
De aanleiding voor de nieuwe regelgeving is het Europese Digipolis-arrest van 25 februari 2026. Als gevolg daarvan trekt de Belgische btw-administratie vanaf 1 januari 2027 de zogenaamde emanatietheorie in. Onder die regeling konden bepaalde intergemeentelijke samenwerkingsverbanden diensten leveren aan hun aangesloten gemeenten zonder btw aan te rekenen. Voortaan moeten deze organisaties hun btw-statuut opnieuw beoordelen, waardoor bepaalde diensten mogelijk wel aan btw worden onderworpen.
"Extra btw kan rechtstreeks op de gemeentekas wegen"
Voor gemeenten schuilt daarin een belangrijk financieel risico. Wanneer btw wordt aangerekend op diensten die verband houden met niet-btw-plichtige overheidstaken, kan die belasting doorgaans niet worden teruggevorderd. De kosten voor dezelfde dienstverlening kunnen daardoor stijgen, zonder dat de gemeente daarvoor iets extra krijgt. De werkelijke impact hangt af van de concrete btw-regeling en eventuele aftrekmogelijkheden bij de samenwerkingsverbanden. Een automatische prijsstijging van 21 procent is dus niet noodzakelijk, maar bijkomende kosten zijn evenmin uitgesloten.
"Het zou bijzonder zuur zijn mocht onze gemeente vanaf volgend jaar meer moeten betalen voor exact dezelfde dienstverlening. Elke bijkomende euro die naar btw gaat, kan niet meer worden besteed aan andere gemeentelijke noden", benadrukt Janssenswillen.
Het Vlaams Belang wil daarom dat het gemeentebestuur tijdig duidelijkheid verschaft over de mogelijke financiële gevolgen. Daarbij moet worden nagegaan welke samenwerkingsverbanden getroffen worden, welke bijkomende uitgaven kunnen ontstaan en hoe die worden opgevangen in het meerjarenplan. "Met de invoeringsdatum, is het belangrijk dat het gemeentebestuur zich hierop voorbereidt. De inwoners mogen niet onverwacht de rekening gepresenteerd krijgen van hogere werkingskosten", besluit Janssenswillen.